Naslagwerk

Koolhydraten

Koolhydraten, koolstof en water, zijn suikerverbindingen die gemaakt worden door planten wanneer deze aan licht worden blootgesteld (fotosynthese).

Koolhydraten komen voor in drie variaties:

  • Enkelvoudige koolhydraten
  • Meervoudige koolhydraten
  • Vezels

Enkelvoudige koolhydraten

Voorbeelden van enkelvoudige koolhydraten zijn fructose (fruit-suiker) en glucose (bloed-suiker). Dit zijn de zogenaamde monosacchariden (mono = een, saccharide = suiker). Ook de disacchariden (di = twee) vallen onder de enkelvoudige koolhydraten. Een voorbeeld hiervan is sucrose (‘gewone’ suiker).

10 redenen om geraffineerde suikers te vermijden

  1. Suikers kunnen voedselallergien veroorzaken
  2. Suikers kunnen de groeihormoonproductie verlagen
  3. Suikers kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van diverse vormen van kanker
  4. Suikers kunnen je immuunsysteem negatief beïnvloeden
  5. Suikers kunnen je triglyceride gehalte in je bloed verhogen
  6. Suikers kunnen de hoeveelheid LDL (slechte cholesterol) verhogen
  7. Suikers kunnen de hoeveelheid HDL (goede cholesterol) verlagen
  8. Suikers kunnen je dik maken
  9. Suikers kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van diabetes
  10. Suikers kunnen hypoglycaemie veroorzaken

Meervoudige koolhydraten

Meervoudige koolhydraten worden ook wel polysacchariden (poly =  veel) genoemd. Meervoudige koolhydraten komen voor in aardappelen, bonen, rijst en groenten

Vezels

Vezels zijn ook een vorm van polysacchariden maar kunnen niet door de spijsvertering worden afgebroken. Vezels worden daarom ook niet gezien als een bron van energie.

Koolhydraten zijn nodig om ons lichaam te voorzien van glucose. Iedere vorm van verteerbare koolhydraten wordt afgebroken tot glucose om vervolgens met behulp van insuline iedere cel te voorzien van energie.

Bovendien vormen koolhydraten een voedingsbron voor de goede bacteriën in de darm, helpen in de opname van o.a. calcium en vervullen een functie (vezels) in de handhaving van een gezond cholesterolpeil.

Als we meer koolhydraten consumeren dan we nodig hebben voor onze energievoorziening dan worden de ‘overtollige’ koolhydraten in de vorm van glycogeen opgeslagen in spieren en in de lever. Het lichaam kan ongeveer 400 gram glycogeen opslaan. Indien we meer binnen krijgen dan deze 400 gram, dan wordt het restant opgeslagen als vet.